Geen gebombeerde blikjes in de Nijestraat

Enkele passages uit het levensboek van Jolly Wisman, geschreven door Olivier Beens

Lange Nieuwstraat 1928
Lange Nieuwstraat in 1928, links nr. 27

Mijn naam is Jolly Wisman, geboren in 1928 op nummer 27 van de Nijestraat in Utrecht. Zo noemden wij de Lange Nieuwstraat in die tijd. Schuin tegenover mijn geboortehuis staat de Kathedraal, eigenlijk de Catharijnekerk.

Mijn vader had een winkel in koloniale waren, zoals je ze nu nooit meer ziet. Hij had de winkel in 1918 overgenomen van twee van mijn tantes. In 1938 zijn wij en de winkel naar de Hamburgerstraat verhuisd.

We verkochten koffie, thee, specerijen, mosterd en allerlei blikjes. Vooral de blikjes moesten we goed controleren. Soms stonden ze nogal bol. Die waren gebombeerd, zo noemden wij dat. Niemand kent dat woord meer tegenwoordig. We mochten de gebombeerde blikjes absoluut niet verkopen. Er kwam nog wel eens een controleur van de Keuringsdienst van Waren langs en dan hing je als ze toch in de schappen lagen.

Ingeblikte groenten waren trouwens nieuw in de jaren dertig. Het smaakte nergens naar, maar voor in de winter was het erg handig. Je kon in die tijd ’s winters bijna geen groenten krijgen. De ingeblikte groenten waren dus zeer welkom. Niet iedereen kwam boodschappen doen in de winkel zelf. In die tijd was het gebruikelijk om al je gewenste boodschappen in een boekje op te schrijven. Op maandagen kwam onze knecht dan ‘horen’ wat de klanten wilden hebben. Met een mand-fiets bracht hij op woensdagen alle bestellingen rond, vaak bij mensen die rond het Wilhelminapark woonden. De winkel bleef ook in de oorlog open. Met gesloten winkeldeur en de gordijnen dicht om Duitsers buiten te houden, konden de vaste klanten via een zijdeur naar binnen.

We hebben het in de oorlog redelijk goed uitgehouden. Vader had de bui zien hangen en veel suiker, zout en gort ingeslagen. Voor een onsje zout kreeg je toen bij de boer een liter melk. Deze ruilhandel ging de hele oorlog door. Ons personeel, een winkelbediende en een dienstmeisje moest een warme maaltijd gegeten hebben voordat hun dienst er op zat om 19.00 uur. We aten daarom ’s middags warm, gewoon aardappelen, vlees en groente. Chichorei, een soort lof, stond wel eens op tafel. In die tijd was het een luxe, maar ik vond het vreselijk smaken. Het is zo’n groente die je tegenwoordig nooit meer ziet. Bij de broodmaaltijd ’s ochtends en ’s avonds aten we nooit vlees. Dat vonden mijn ouders wat teveel van het goede. Als broodbeleg aten we veel suiker en jam. Alleen op zondag hadden we vleeswaren. Ik mocht ze halen in een winkel in de Zadelstraat, geen gewone slagerij, maar eentje speciaal voor vleeswaren.

Lange_Nieuwstraat_rond_1933
Lange Nieuwstraat rond 1933, speelplaats voor de kinderen

Voor mij en mijn broer was de binnenstad van de jaren dertig onze speeltuin. In de vakantie was de stad van ons. Vader gaf ons nog wel eens een stuiver voor een tramkaartje. Daarmee kon je de hele dag de tram nemen. We namen bijvoorbeeld tramlijn 2, die door de Lange Nieuwstraat reed richting de Gansstraat. Op zondag gingen we soms op bezoek bij een tante in de Wagenstraat, net achter het Maliebaanstation. Via de Catharijnesteeg en de Brigittestraat liepen we over de Maliebaan en de houten spoorbrug, waar we probeerden op de voorbijrijdende treinen te spugen. We speelden in de ommuurde tuinen van het huidige Centraal Museum. Via het huis van de familie Deetman, die daar woonden, mochten we naar binnen om er te spelen. Mijn broer en ik deden veel samen, ook wel kattenkwaad. Als we boodschappen moesten halen, kochten we wel eens stiekem klappertjes van het geld. Die legden we op de tramrails als er een tram aankwam.

Mijn broer speelde wel eens ‘treintje’: Hij fietste door de stad en stopte bij allemaal stationnetjes. Ik zat dan bij hem achterop als zijn wagonnetje. Verstoppertje speelden we in de Catharijnekerk, die in die tijd altijd open was. Dat was natuurlijk niet helemaal netjes, maar we deden het toch. De jaren dertig waren voor mij een vrolijke tijd. Van de situatie in Europa had je als kind niets door.

Tekst: Olivier Beens, uit het Levensboek van Jolly Wisman

Oud Utrechter – week 46 – 2011 publiceerde (een iets verkorte versie van) dit artikel op 15 november 2011 (jaargang 2, nummer 23).

Advertenties

Gepubliceerd door

olivierbeens

Sociaal Geograaf in Utrecht | mobiliteit en ruimte | Kracht van Utrecht | Vrienden van Amelisweerd | fietsstimulering

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s