Waarom fietsers op de kruising Kanaalweg en Dr. M.A. Tellegenlaan een onderdoorgang verdienen

Dinsdag 9 mei heb ik een paar uur naar een kruispunt staan kijken. Samen met de Fietsersbond en D66 Utrecht heb ik fietsers geteld op de kruising tussen de Kanaalweg en de Van Zijstweg / Dr. M.A. Tellegenlaan in Utrecht. Er komt hier een busbaan met twee rijstroken bij en verkeerslichten. Fietsersbond en D66 Utrecht zien fietsers niet graag extra wachten en pleiten daarom voor een fietstunnel voor de Kanaalweg. Peter van Bekkum (Fietsersbond):

“We willen een vlotte en veilige oversteek voor fietsers op de Kanaalweg met de toekomstige busbaan op de Tellegenlaan. Maar op een doorfietsroute horen geen stoplichten! Daarom willen we een fietstunnel onder de Tellegenlaan.”

Een onderdoorgang is comfortabeler, veel veiliger en zorgt ook nog eens voor een betere doorstroming op de rijbanen. Dat bussen op tijd rijden, is immers ook belangrijk. Ja, het kost geld. Maar het is wel de beste oplossing. En misschien wel de enige goede.

Om dit nog eens extra te benadrukken, zijn we op dinsdag 9 mei tussen 07.00 en 09.00 uur fietsers gaan tellen op de kruising. Met deze actie willen we aantonen hoeveel fietsers er gebruik maken van de Kanaalweg. En dat bleken er meer te zijn dan verwacht. Om precies te zijn 2551 fietsers in twee uur, waarvan 1676 tussen 08.00 en 09.00 uur. Om 08.00 heb ik – heel vlug tussen het tellen door – mijn cameraatje op de Mandelabrug gezet om 20 minuten lang de boeiende “verkeersflow” te filmen. Natuurlijk geïnspireerd door de video’s van Bicycle Dutch, die daar de beste in is.

Heel Utrecht door zonder stoppen

De Kanaalweg is nu een prachtige doorfietsroute. Ik neem hem soms helemaal vanaf Zuilen naar Kanaleneiland. De route is nu nog vrij van verkeerslichten en heeft eigenlijk maar één vervelende kruising: die met de Dr. M.A. Tellegenlaan. Ik was hier nog nooit geweest in de ochtendspits en het valt me niet mee. Het is druk en chaotisch. De opstelruimte voor fietsers is heel beperkt en de stroom auto’s en bussen lijkt zonder eind. Bussen en voor 08.00 uur ook zware vrachtwagens, rijden met 50 km/h pal langs wachtende fietsers, die een hoop geduld moeten opbrengen. Als je op het smalle middeneiland staat en er passeren aan beide kanten bussen en/of vrachtwagens… Het zijn bijna-aanrijdingen eigenlijk.

Het artikel gaat door onder de video.

Zouden verkeerslichten dit beter maken?

Mijn eerste gedachte is dat verkeerslichten hier geen goed idee zijn. Vier rijstroken oversteken is sowieso lastig en verkeerslichten maken een kruising niet ineens veilig. Misschien zou de situatie met verkeerslichten veiliger zijn dan nu. Maar je zou er ook langer moeten wachten dan nu het geval is. En wat Peter van Bekkum (Fietsersbond) zegt is ook waar:

“De Kanaalweg is een regionale doorfietsroute. Dit stoplicht zou het enige stoplicht zijn op de hele route tussen Houten en Amsterdam!”

Verkeerslichten zouden al het verkeer vertragen. De flow van fietsers op dit moment ziet er weliswaar chaotisch uit, maar het is wel zeer efficient. Marco te Brömmelstroet – @fietsprofessor op Twitter – kan daar trouwens boeiend over schrijven en twitteren. Ik heb een deel van mijn video 4x versneld, wat deze flow mooi zichtbaar maakt.

Is deze kruising ‘8 80 Cities’ proof?

Maar niet iedereen houdt van deze boeiende “flow”. Voor kinderen en ouderen is dit een lastig te nemen vesting. Dat geldt net zo voor de drukke fietsroute tussen Vredenburg en Wilhelminapark, zeker in de ochtendspits. Niet elke ouder durft daar met een kind te fietsen rond 08.15 uur. De vraag is of we steden moeten inrichten voor de fitte dertiger, waarvan er veel passeren vanochtend, of juist voor mensen van 8 en 80 jaar oud?

Oké, dit waren niet mijn eerste gedachten. Die gingen over de onvoorstelbare hoeveelheid OV-fietsen die langs me heen stoven. Meerdere per minuut, soms in pelotonnetjes, zeker anderhalf uur lang. Als ik kon, had ik ze apart geteld om te zien of er meer OV-fietsen dan snorscooters langskwamen. Iemand vermoedde dat dit allemaal medewerkers van Rijkswaterstaat zijn, waarvan er – het is een publiek geheim – opvallend veel met de fiets naar het werk gaan. Misschien moeten we iets met een deelfietssysteem? Maar daar gaat het nu niet om. Ook niet over de vele auto’s die net om de hoek op de Kanaalweg blijken te parkeren (mag dat?), op spuugafstand van de 6500 betaalde (en vaak lege) parkeerplaatsen van de Jaarbeurs. In de video zie je dat deze afslaande automobilisten fietsers voorrang moeten geven en voor een welkome rem zorgen op de stroom auto’s en bussen.

Opstelruimte en diagonaal oversteken

Wat voor extra problemen zorgt, is de diagonale beweging die fietsers op de Kanaalweg in zuidelijke richting moeten maken. Aan de noordzijde fietsen ze gewoon rechts; na de oversteek ligt het dubbele fietspad aan de linkerkant van de weg. Fietsers stellen zich voor de kruising dus aan de linkerkant van de weg op (logisch). En daar staan ze een beetje in de weg. Automobilisten die daar willen afslaan, moeten om deze fietsers heen. De fietsers die vanaf de brug komen (rechterkant van de video) en linksaf slaan, rijden dan weer door de (ruime) binnenbocht. Deze chaos valt net buiten mijn videobeeld, maar het gaf zeker problemen. Ik zag een jongetje plots op zijn zij liggen, gevallen met zijn minifietsje. Dat soort kleine aanrijdingen zijn niet fijn voor kinderen en hun ouders (die ook met de auto naar school kunnen).

Verkeerd kijken en over een verkeersbord rijden

Met fietsers gebeurden er verder geen ongevallen, hoewel er veel bijna-aanrijdingen waren, plotse rem-acties en nu en dan een toeterende automobilist. Het gemotoriseerd verkeer kon de nul op het scorebord niet vasthouden. Een bestuurder van een wit bestelbusje, het was nog vroeg, reed pal over een verkeersbord heen. De bestuurder zei dat hij goed naar rechts had gekeken en dus het verkeersbord links voor hem niet kon zien. Het bord doemde zomaar op voor zijn bumper. Hij kon er overigens moeiteloos overheen rijden, want het verkeersbord had dit blijkbaar eerder doorstaan (en zijn bestelbusje ook). Het stond los in de grond. Grappig als dit is, het had natuurlijk ook een fietser kunnen zijn…

Koester de doorfietsroute met een fietstunnel

Het huidige College gaat helemaal voor de fietser en dat is uitstekend. Er fietsen inmiddels zoveel Utrechters, dat we moeten gaan nadenken over hoe we fietsen veilig en comfortabel kunnen houden. Als we willen dat Utrechters de auto laten staan voor de fiets, en blijven fietsen, dan moeten we doorfietsroutes als de Kanaalweg koesteren. En daar hoort in dit geval een fietstunnel bij. Want de huidige kruising voldoet niet meer, ook niet met verkeerslichten, en verdient de beste oplossing.

Update 15 mei: De ChristenUnie meldt op Twitter dat een onderdoorgang voor de Kanaalweg is opgenomen in de Voorjaarsnota.

De Fietsersbond meldt dat de provincie onze telgegevens gaat gebruiken voor hun fietsverkeersmodel. Herbert Tiemens (Provincie Utrecht) liet al op Twitter weten dat hun verkeersmodel qua fietsaantallen aan de lage kant zit op deze locatie.

Lees het AD artikel over deze fietsactie

Persbericht Fietsersbond Utrecht (bron van de quotes).

Alle info van de gemeente over de Busbaan Dichterswijk, waar deze locatie deel van uitmaakt.

Advertenties

Chaotisch verkeer op parkeerplaats shoppingcenter Overvecht

Op verzoek van het AD schreef ik een opiniestuk over de chaotische verkeerssituatie op de parkeerplaats van shoppingcenter Overvecht. Van alle bezoekers aan dit winkelcentrum komt 55% lopend of fietsend (bron: Koopstromen onderzoek 2016). Toch komen voetgangers en fietsers regelmatig in de knel tussen al het autoverkeer. Het stuk verscheen zaterdag 25 februari 2017 op papier en digitaal. Lees het originele artikel hier.

Het is een opmerkelijk schouwspel, het verkeer rond shoppingcenter Overvecht op een zaterdagmiddag. Automobilisten rijden in een lange rij stapvoets over het parkeerterrein op zoek naar de laatste parkeerplekjes, het liefst zo dicht mogelijk bij de winkels. Fietsers rijden links en rechts auto’s voorbij. Voetgangers – ook ouderen en kinderen – steken tussen de auto’s de Seinedreef over richting de ingang van het winkelcentrum. Het woord ‘verkeersjungle’ gaat mij wat ver, maar chaotisch is het zeker.

Inrichting van de openbare ruimte schiet tekort

Ik vind het verbazingwekkend dat er bij de ingang tussen de Action en de Kijkshop geen goede oversteekmogelijkheid is. Bij andere entrees van het winkelcentrum is het al niet anders. Ik zie ouderen met een looprek of scootmobiel een lange slinger maken tussen de auto’s, op zoek naar een plek waar ze niet tegen een stoeprand opbotsen. Ouders houden hun kinderen vast, zodat ze niet zonder uit te kijken naar de grote gebakkraam aan de overkant rennen. Voor fietsers is de situatie al net zo onlogisch. In een fietsstad als Utrecht verwacht je hier op zijn minst een paar stroken rood asfalt. Maar die zijn er niet.

Voor ouderen met een rollator zijn de looproutes erg lastig.
Voor ouderen met een rollator zijn de looproutes erg lastig.

De slechte staat van de openbare ruimte is bewoners al jaren een doorn in het oog. De gemeente heeft het afgelopen jaar gewerkt aan plannen om auto’s beter te scheiden van fietsers en voetgangers. Hoewel er nog niets vaststaat, zitten er zeker goede ideeën in. Maar hoe lang is het nog wachten op een uitvoering? Een herinrichting met goede looproutes en een prettige openbare ruimte kan niet vroeg genoeg komen. Het is overigens nog onzeker of een fietspad langs de Seinedreef de definitieve plannen haalt. De Fietsersbond en het Bewonersplatform vragen daar met nadruk om.

Er komen alleen maar voetgangers bij

Plannen voor langere termijn zijn prima, maar er moet ook nú iets gebeuren. Bedenk dat er straks alleen maar voetgangers bij komen. Er ligt een plan voor woningbouw op de NPD-strook langs de Brailledreef. Dat zijn 180 tot 360 appartementen en 550 studentenwoningen. Verderop verschijnt het tweede deel van het Antoniuskwartier, op de plek van het oude ziekenhuis. Dat zijn nog eens 151 woningen op loopafstand van het winkelcentrum.

Utrecht doet haar best om een wereldfietsstad te zijn en een betere stad voor voetgangers. De openbare ruimte rond Shoppingcenter Overvecht is dé locatie om die uitdaging aan te gaan. De verkeerschaos zoals die er nu is, past niet bij Utrecht. Zorg dat winkels goed en veilig bereikbaar zijn voor iedereen, zeker voor kinderen, ouderen en mensen die slecht ter been zijn. Zorg voor betere looproutes vanuit omliggende buurten. En maak haast, want het is hard nodig. Ga maar eens kijken op zaterdagmiddag.

Filmpje van de situatie op de Seinedreef, bij een hoofdingang van het shoppingcenter aan de noordwestzijde, op een zaterdagmiddag:

Tekst, foto’s en video: Olivier Beens

Ontmoetingen in Overvecht: De schildpad en de ijsbeer op het kunstgrasplein

“Het is een ijsbeer.”
“Nee, een poes. Of een cheetah.”
“Is het dan een vrouwtje of een mannetje? Cheetah’s zijn vrouwtjes, mannetjes noem je luipaard.”

Over het beeld van de groene schildpad zijn de kinderen het wel eens. Het is een groene schildpad. Maar die andere… De twee beeldjes staan op een soort kaal Teletubbyplekje. De ruimte is vrij leeg, op een enkele fiets na.

Ik ben een rustig, autovrij stukje Overvecht in gefietst. Een hoekje waar je niet komt, als je er niet woont. Een stiekeme plek. Je kent het niet. Het had zomaar Leidsche Rijn kunnen zijn. De huizen staan hier naar binnen gekeerd, de auto’s geparkeerd aan de buitenkant. Bewoners kijken uit over een groene kunstgrasrechthoek, die lager ligt dan de stoep eromheen. Een jong boompje aan de ene kant, en als een soort Japans minimalisme twee kleine beelden er tegenover. Ik twijfel of dit bedoeld is als kunst. Het kunnen ook tuinaccessoires uit een tuincentrum zijn. De huizen, de bestrating… afgezien van het kunstgras heeft alles hier de kleur van steen. De geveltuintjes zijn zo’n 10 cm diep, maar veel groeit er nog niet.

“Kunstgras, vinden jullie dat handig, of heb je liever echt gras?”, vraag ik.
“Ja, het is wel handig. Maar er zitten van die korreltjes in, die ongezond zijn, heb ik gehoord.” De kids krijgen het nieuws mee. Hartstikke goed.

“Vinden jullie het niet fijn hier, zo zonder auto’s?”
Ja, dat vinden de kinderen wel fijn, zeggen ze. Maar het enthousiasme spat er niet van af. Het is wat ze gewend zijn. Weten zij veel dat niet alle kinderen zo in hun eigen straat kunnen spelen.

“Het zal wel rustig zijn hier”, merk ik op.
“Soms zijn hier wel feesten,” zegt een van de kinderen. Ook zónder auto’s kunnen ouders nog knap wat lawaai maken.
“Buurtfeestje? Dat is toch leuk?” Jawel, klinkt het.

Ik probeer een foto te nemen van de beeldjes, terwijl ik de kinderen niet al te herkenbaar in beeld krijg. Anders komen er zo ouders naar buiten. Het liefste zou ik hier gewoon een vlog van maken, maar daar moet je natuurlijk eerst toestemming voor vragen. En dat haalt de spontaniteit er wel uit.

“Ja, ik kom!”
Na een paar foto’s roept er iemand vanaf het einde van de straat. Ik stap gauw weer op de fiets. Tien seconden later, valt de brede asfaltweg met geparkeerde auto’s erlangs me wat rauw op m’n dak.

Het was trouwens een poes. In mijn ogen dan.


De Maria van Hongarijedreef ligt in een nieuw buurtje in Overvecht Zuid, op steenworp afstand van het station. Op Google Streetview is de helft van de straat al te zien, nog zonder de groene rechthoek. Het Google Earth beeld laat nog de oude situatie zien: langgerekte flats langs brede asfaltstraten, met veel ruimte voor autoparkeren (je ziet de Maria van Hongarijedreef dwars door flats lopen).

De oude vrouw met de wandelschoenen, om haar niet te vergeten

Het kronkelende wandelpad is uitgestorven. Ik loop in een park langs de rivier de Vecht, en het is stil. Hier en daar, tussen de bomen, staan prachtige sculpturen, die de stilte alleen maar versterken. Eigenlijk wandel ik hier nooit. Ik zit met een gebroken vinger en moet mijn fiets voorlopig in de schuur laten staan. De bus vind ik niks. Ik wandel liever, ook al is het drie kwartier lopen naar het centrum.

Geen haast.

Ik passeer de oude buitenplaats Roosendaal, waarvan alleen nog een hek, een theekoepeltje en een rozentuin bestaan. De rest is verdwenen onder een bejaardentehuis.

“Wat is het hier stil hè?”, zegt een oude vrouw, die me uit mijn gedachten haalt. “We lopen hier alleen, terwijl het hier zo mooi is.” De vrouw heeft zilver glanzend haar, een bruine jas en stevige wandelschoenen. In haar handen twee wandelstokken, van het Nordic Walking type.

“Ja,” zeg ik. “En dan te bedenken dat we hier eigenlijk op een landgoed staan.”

De vrouw kent de buurt al haar hele leven. “Ik weet nog dat ik als kind groente haalde uit deze oude tuin van Roosendaal”, vertelt ze. “Ik loop hier nog elke dag, steeds een uurtje of twee.” Ze kijkt me recht in de ogen. “Ik durf het mensen bijna niet te zeggen, maar ik ben al 94 jaar.”

Die zag ik niet aankomen. Ik kijk eens goed naar de rimpels in haar gezicht, die haar leeftijd niet verraden. Ze lacht. “Ja, af en toe moet er wel een onderdeel vervangen worden. Mijn dokter was zo trots op mijn conditie, dat hij mijn knie gratis heeft vernieuwd. Na een week liep ik weer!”

Ik vertel haar over een vrouw die ik in de Molenpolder tegenkwam. Zij was 87 jaar en schuifelde met een looprekje over een smalle polderweg, in de schemer van een zomeravond. Ze liep ’s avonds, zodat ze geen last had van auto’s. “Ik moet elke dag een wandelingetje maken, anders ga ik dood volgens mijn dokter”, zei ze lachend. Ze woont in een prachtig oud houten huisje, aan de rand van een natuurgebied. Ik fiets er vaak langs. Met haar schuifeltempo duurde het wel even, voordat ze thuis was. Maar ze kwam er wel.

Ook de 94 jarige vrouw woont nog helemaal zelfstandig. Trots is ze. Vol leven, vol energie, en blij dat ze niet in een bejaardentehuis woont. Ik denk aan mijn eigen ouders, aan mijn ooms en tantes, aan de ouders van mijn vrienden. Sommigen van hen komen nog met alle plezier helpen met een verbouwing. Sommigen hebben last van ziektes, pijn, en hebben niet meer het leven dat ze zouden willen. Sommigen zijn er al lang niet meer. Wat een geschenk is het dan om oud te worden als deze twee vrouwen, vol energie, vol leven. Ook al zijn al hún vrienden lang geleden gestorven.

We zeggen elkaar tot ziens, hoewel ik haar waarschijnlijk nooit meer zal tegenkomen. Terwijl ze verder loopt, kan ik nog snel, voordat ze in opvallend rap tempo uit beeld verdwijnt, een foto nemen. Om haar niet te vergeten.

Over een ontmoeting in het Vechtzoompark in Overvecht, op 14 december 2014. Geschreven op diezelfde dag.

Een elektrische bolderkar die twee taxibusjes vervangt

Een soort Segway met een bak ervoor is het, de Stint van Ludens Kinderopvang. Ik kwam hem tegen in Overvecht Zuid. Deze elektrische bolderkar heeft ruimte voor 10 kinderen, met wat passen en meten. Vaker zie ik in mijn wijk grote, half lege taxibusjes met kinderen rijden. Is dit voertuig daar een alternatief voor? En hoe werkt dat? 

Duurzaam, leuk en heel flexibel

De dame van Ludens is blij met de Stint. Ze vertelt dat haar dagplanning met dit voertuig veel flexibeler is geworden. Ieder moment van de dag kan ze overal naar toe rijden. Vroeger huurden ze daar twee taxibusjes voor, iedere dag. Die dien je van te voren in te plannen, wat minder flexibel is. Goedkoop is de Stint niet, een kleine €8000,-, maar iedere dag die taxibusjes huren gaat uiteindelijk meer in de papieren lopen, vertelt ze. Bovendien ging er met die busjes vroeger nog wel eens wat mis. Dan stonden ze er niet op de afgesproken tijd en kon ze haar werk niet doen. Nee, dan is dit veel beter. Een eigen voertuig maakt de planning zoveel eenvoudiger.

Zomaar de stad uit op een mooie dag

Bij lekker weer rijdt ze wel eens met de kinderen van Overvecht naar de Haarrijnse Plassen. Met een actieradius van 25 kilometer en een snelheid van 15km/h is dat prima te doen. De kinderen vinden het in ieder geval geweldig. De website van Stint vermeldt dat dit een “aangewezen bromfiets” is, een speciale voertuigcategorie. Helm is niet verplicht, rijbewijs is niet nodig, en hij mag/moet op het fietspad rijden.

Ik vind het een mooi voorbeeld van duurzamer vervoer – schoon, stil en ruimtebesparend – dat ook nog eens de bedrijfsvoering efficiënter maakt. Van dit soort initiatieven kunnen we meer gebruiken. Taxibusjes lopen nog altijd op diesel, en zijn dus verre van de schoonste voertuigen in Utrecht.

Op Youtube zijn enkele filmpjes te vinden: Bianca van Kinderopvang “De Klompjes” uit Oosterhout vertelt dat ze de kleintjes makkelijker in een Stint vervoert dan in een busje, omdat ze de kinderen veel sneller een riem om kan doen. En in zo’n busje passen geen 10 kinderen. Een item van RTL4 laat een BSO zien met maar liefst 10 Stints. En hieronder de officiële promo.

Aanbieding meetrapport ‘Wat ademen wij in’ aan wethouder Choho in Amsterdam

Woensdag 11 mei 2016, Amsterdam – Milieudefensie biedt wethouder Abdeluheb Choho het meetrapport “Wat ademen wij in?” aan. Het meetrapport is het resultaat van een jaar lang meten van de luchtkwaliteit door bewoners in heel Nederland, in samenwerking met Milieudefensie. In een eerste reactie zegt Choho veel ambitie te hebben: “Ik vind dat u mij meer moet vragen… Ik vind dat ik moet zorgen voor een uitstootvrije stad.”

Uit het meetrapport blijkt dat de luchtkwaliteit in Nederland in 2015 nog steeds niet aan de Europese normen voldoet. Op zeker elf plekken in Nederland, ook in Amsterdam, wordt de norm voor stikstofdioxide overschreden. Op nog veel meer plekken is de lucht veel te ongezond.

Check mijn videoverslag. Meetrapport lezen? In het persbericht van Milieudefensie staat alle informatie over het meetrapport, met links naar informatie over de rechtszaak die Milieudefensie aanspant vanwege het overtreden van Europese luchtnormen.