Actieplan Gezonde Lucht voor Utrecht

Gezonde lucht, gezonde longen

Dinsdag 2 september overhandigden Ivo Stumpe (Milieudefensie) en Jan Korff de Gidts het Actieplan Gezonde Lucht voor Utrecht aan André van Schie, voorzitter van de Raadscommissie Stad & Ruimte. Dat deden zij namens Utrechtse bewonersgroepen, die bezorgd zijn over de – nog steeds – vieze lucht in Utrecht.

Op tal van plekken wordt niet aan de wettelijke normen voldaan. En voor de meest schadelijk stof in onze lucht, roet, bestaat zelfs geen emissienorm. Toch zijn er concrete maatregelen mogelijk om hier wat aan te doen. Het weren van de meest vieze diesels uit de binnenstad (milieuzone) is een goed begin. Maar er is meer nodig. Denk daarbij ook aan de andere bronnen van luchtvervuiling. Voor de scheepvaart en bijvoorbeeld de diesel-aggregaten op bouwterreinen bestaan niet of nauwelijks normen. Daar valt nog veel winst te boeken.

Bekijk mijn korte impressie van de aanbieding van het actieplan. Let wel, het Stadhuisplein was erg lawaaierig dinsdag (er stond een diesel-aggregaat te loeien, zoals Ivo uitlegt in de video); het geluid laat daarom te wensen over. Meer over de inhoud leest u in mijn artikel bij de Kracht van Utrecht.

Advertenties

Wandel- en fietsbrug de Gagel bij Overvecht bijna klaar

Ik zag hem jaren geleden voor het eerst in het computermodel van de Noordelijke Randweg Utrecht (NRU). Inmiddels is de opwaardering daarvan, die in 2016 klaar zou moeten zijn, met ruim een decennium opgeschoven. Er is echter één element van het opgeschorte plan dat wél op schema ligt: De fiets- en wandelbrug de Gagel. De brug in aanbouw lijkt bijna klaar. Afgezien van de kleur ziet hij ziet er precies zo uit als in het computermodel.

Welkome verbinding voor wandelaars, joggers en fietsers

Fietsviaduct_de_Gagel_kaartjeDe nieuwe brug verbindt Utrecht Overvecht via het Sjanghaipark met het Gagelbos en Noorderpark. Eronder ligt de vierbaansweg NRU. En die is lastig over te steken. Wanneer ik op een donderdagmiddag sta te kijken naar de brug in aanbouw, staan er twee hardlopers naast me. Er is geen oversteekplaats hier. Ook niet een paar honderd meter naar rechts of naar links. Om aan de overkant te komen, moet je twee keer 750 meter lopen, langs de drukke weg.

Toch maar oversteken dus; een kwestie van heel goed uitkijken. “Ja, die brug komt echt als geroepen. Het is knap vervelend om hier over te steken,” zegt een van de hardloopsters. Als je de afstanden op de kaart goed bekijkt, zie je dat vanuit het standpunt van wandelaars er best nog wel een wandelbrug bij mag. Gelukkig staat er nog eentje op de agenda, iets zuidelijker bij polder Ruigenhoek.

Het rustige Sjanghaipark, waar het fietspad richting de brug zich doorheen slingert, ligt er wat zielig bij. Er is erg veel gekapt. Naast de ruimte voor het fietspad zelf zal dat voornamelijk “werkruimte” zijn die weer deels ingevuld kan worden. Aan de Gagelbos zijde zie je van een afstandje dat de helling naar de brug voor fietsers vrij heftig zal zijn. De Kracht van Utrecht heeft in de inspraakfase nog geopperd om de brug zo aan te leggen, dat hij later verlaagd kan worden. Immers, indien de NRU toch (half)verdiept wordt aangelegd, zou de brug een stuk lager kunnen. Dat lijkt helaas niet gebeurd. Daarnaast lijkt de trap vanaf de Gageldijk omhoog niet erg fijn. Het is een steile metalen trap, met naar het schijnt nogal dikke leuningen om je aan vast te houden.

Hoog of niet, het is zeker een welkome verbinding tussen Overvecht en het recreatiegebied Gagelbos.

Hoe zat het ook al weer met die NRU? Lees mijn uitgebreide artikel over de opwaardering van de NRU.

Dure asfaltplannen en manipulatie van verkeerscijfers

De kans dat de verkeersprognoses voor de A9 door de Bijlmer en de Rijnlandroute bij Leiden uitkomen, is nog geen één procent. Toch vormen deze de basis voor dure asfaltplannen. Dan ben je dus volstrekt onzorgvuldig bezig…

Het zijn de woorden van Jaap van Meijgaarden, jarenlang werkzaam bij de Provincie Zuid-Holland op het dossier infrastructuur. In een prominent artikel in Trouw (samen met Wim ter Keurs) en in een interview voor de Tros Nieuwsshow vertelt hij over de wereld van politieke besluiten en gemanipuleer met verkeerscijfers.

Onnodige miljarenuitgaven

“Verbreding A9 niet meer nodig”, kopte de NOS op 30 juni 2014. Volgens Rijkswaterstaat reden er in 2005 nog 72.000 voertuigen per dag over de A9. En dat aantal zou flink gaan groeien. De basis voor verbreding van vier naar tien rijstroken was daar. Vorig jaar echter reden er nog maar 59.000 voertuigen op dezelfde plek. De prognose voor 2030 is ook flink naar beneden bijgesteld. De verbredingsplannen hadden te maken met de verwachtte “schaalsprong van Almere”, een stad waar nu meer mensen uit vertrekken dan er komen wonen.

Normaliter is dat goed nieuws. Het betekent een flinke besparing op de voorgenomen verbreding. Ook bij de Rijnlandroute bij Leiden is dat het geval. Samen met de A27 bij Amelisweerd, de Blankenburgtunnel bij Rotterdam, de A15 bij Nijmegen en de Ruit Eindhoven (de “Big Five”) heb je het over vele miljarden euro’s aan besparingen; geld waar de zieltogende Nederlandse economie wel een betere bestemming voor heeft. Toch blijft het Ministerie van I&M vasthouden aan de oude, verkeerde prognoses dat het verkeer de spuigaten uit gaat lopen.

Gemanipuleer met verkeerscijfers in Leiden

Jaap van Meijgaarden is stellig in de Tros Nieuwsshow: “Dan blijkt dat er voortdurend gemanipuleerd wordt met feiten en gegevens. In Leiden stond de wethouder te vertellen: ‘De verkeersproblematiek van het oost-west verkeer in de stad neemt toe.’ Ik ben ontzettend in de gegevens gedoken van de gemeente zelf. En het is niet waar.”

Volgens Van Meijgaarden was het een politieke deal. Oorspronkelijk was de verkeerswethouder (D66) in Leiden tegen aanleg van de Rijnlandroute. In ruil voor de vervallen Rijn Gouwe Lijn (een sneltram door het centrum van Leiden) zouden ze echter toch overstag zijn gegaan. Van Meijgaarden noemt de Plesmanlaan (provinciale weg vanuit Katwijk) als voorbeeld. Daar telde de gemeente in 2002 welgeteld 45.412 motorvoertuigen. Het laatste cijfer uit 2011 is 41.761 motorvoertuigen. Een duidelijke afname dus. Toch beweert de wethouder dat het verkeer enorm is toegenomen.

Voortschrijdend inzicht? Nee, een besluit is een besluit

Een verklaring voor dit gedrag? Van Meijgaarden denkt dat politici krachtdadig willen optreden en daarom weigeren plannen te wijzigen op basis van voortschrijdend inzicht. Ook zijn er concrete politieke besluiten genomen en deals gesloten waar men niet van af durft te wijken. De werkelijkheid is inmiddels heel anders. Er wordt gewoonweg minder met de auto gereden. Ook het Sociaal Cultureel Planbureau neemt die trend waar. Reisgedrag verandert. Binnen de wereld van verkeerskundigen onderschrijft iedereen die trend, volgens Van Meijgaarden. Dat maakt de politieke werkelijkheid nog vreemder.

Vasthouden aan onjuiste prognoses

In het Trouw-artikel lichten Wim ter Keurs (voorzitter Stichting Behoud Stad, Natuur en Landschap Rijnland) en Van Meijgaarden het gebruik van groeimodellen toe. De verkeersprognoses zijn gebaseerd op een scenario, waarin de economische groei (BBP) sinds het jaar 2000 gemiddeld 2.7% per jaar bedraagt. Aangezien we de afgelopen 15 jaar gemiddeld niet boven de 1.5% uitkomen, is de onjuistheid van dit scenario duidelijk. Bedenk dat er een nog veel hogere groei nodig is de komende jaren om de opgelopen “achterstand” in het model in te halen. Daar komt nog eens bij dat de olieprijzen in alle scenario’s onrealistisch laag zijn. Daardoor overschatten de gehanteerde groeiscenario’s het autogebruik nog eens extra (zie dit figuur uit een artikel van Gerard Cats).

In werkelijkheid zitten we trouwens onder het laagste groeiscenario. Wegverbredingen brengen daarom economisch en maatschappelijk gezien niets meer op. Ze kosten de maatschappij alleen maar geld.

Van Meijgaarden adviseert om bij grote infrastructurele projecten eerst te analyseren wat de kans is op zowel minimale groei als terugloop van het verkeer. Pas dan kan de politiek op een verantwoorde manier besluiten nemen over onze Rijksinfrastructuur. De Kracht van Utrecht pleit hier ook al jaren voor. Kijk eerst maar eens hoe het verkeer zich de komende tijd gaat ontwikkelen. Zet de miljarenprojecten in de wacht. Grote kans dat je daarmee miljarden bespaart.

Beluister het interview met Van Meijgaarden voor de Tros Nieuwsshow op Radio 1.

En lees het artikel “Regeren is vooruitzien; ook als het om asfalt gaat” van Wim ter Keurs en Jaap van Meijgaarden in Trouw (8 augustus 2014).

Gerard Cats (Kracht van Utrecht) schreef meerdere artikelen over dit onderwerp. Lees zijn bijdragen over groeiscenario’s en bezuinigingen op infrastructuur.

tekst en foto: Olivier Beens (voor de Kracht van Utrecht, zie online publicatie)

 

Plein 6: Utrechtse pilots in duurzame stadsdistributie

Het staat zeker niet in het midden van de belangstelling: duurzame stadsdistributie. Toen ik hier – als vertegenwoordiger van de Kracht van Utrecht – aandacht voor vroeg tijdens het Stadsgesprek in TivoliVredenburg (16 april 2014), waren mijn tafelgenoten ietwat verrast. Dit is een onderwerp waar toch alleen vervoerders, ambtenaren en een paar ondernemers zich mee bezighouden? Toch ligt hier een groot belang voor bewoners en ondernemers van de binnenstad.

Utrecht is economische gebaat bij een mooie, prettige openbare ruimte. De drukte door bevoorrading van winkels en horeca in de binnenstad is hier en daar erg groot. Efficiënter ruimtegebruik, minder luchtvervuiling en geluidsoverlast in het oude historische zijn daarom belangrijke speerpunten.

De kwaliteit van de openbare ruimte is het verbindend element tussen gemeente, bewoners, ondernemers en vervoerders.

Update juni 2015: Inmiddels is het Actieplan Goederenvervoer Utrecht 2015-2020 verschenen. Mooi om te zien dat veel van de ideeën uit deze bijeenkomst hierin zijn opgenomen.  Concrete projecten heb ik helaas nog niet gezien.

Plein 6 – schonere stadsdistributie voor een aantrekkelijke binnenstad

Mariaplaats_Plein6_bijeenkomstVrijdag 4 juli kwamen ambtenaren, transporteurs, “eigen vervoerders” en enkele binnenstadsgebruikers (bewoners, ondernemers) bij elkaar onder de noemer “Plein 6: schonere stadsdistributie voor een aantrekkelijke binnenstad.” Start van de bijeenkomst was buiten, op de Mariaplaats.

En dit plein toonde treffend aan – het was niet in scene gezet – wat precies het probleem was. Tussen 13.00 en 13.30 uur stonden er op ieder moment tien a vijftien bestelwagens – plus enkele vrachtwagens – op en rond de Mariaplaats. Auto’s reden vaak tevergeefs heen en weer op zoek naar een (straat)parkeerplaats. Daarnaast natuurlijk veel wandelaars en fietsers. Vertegenwoordigers van de transportsector merken als eerste de vele geparkeerde fietsen op (lastig voor trolleys en steekwagentjes, “weg met die dingen”); bewoners en ambtenaren zien juist de vele bestelwagens als primair probleem.

Op de Mariaplaats zullen de parkeerplaatsen op straat verdwijnen, met uitzondering van de twee bij de laadplaats voor elektrisch vervoer. De openbare ruimte zal een kwaliteitsimpuls krijgen. Maar voor de vele distributievoertuigen bestaat nog geen oplossing. Vrachtwagens rijden nu tot op de Mariaplaats, om van daaruit met rammelende trolley’s de winkels en horeca te bevoorraden. De ondernemers van de Mariaplaats zouden volgens de gemeente eensgezind zijn: Hou die vrachtwagens maar tegen bij de ingang van de Mariaplaats. De transporteurs wilden het bijna niet geloven.

De bijeenkomst stond echter niet in het teken van discussie – gelukkig niet. Het ging over dromen en ambitie (voor 2020), maar vooral over oplossingen – liefst in de vorm van concreet uit te voeren pilots.

Duurzaam, effectief, stil, schoon, flexibel, minder regels, meer handhaving

Bewoners en ondernemers in de binnenstad willen de overlast beperken: autoluw of autovrij, bevoorrading met stillere/schonere voertuigen, geen zwaar vrachtverkeer op de grachten (en handhaving daarop!) en distributie geconcentreerd vóór 11.30 uur. Transporteurs en eigen vervoerders willen vooral efficiënt bevoorraden en daarbij binnenstadgebruikers zo min mogelijk in de weg zitten. Een LOP (logistiek ontkoppelpunt) aan de rand van de stad past daarbij. In de stad zou bevoorrading via microhubs en afhaalpunten kunnen plaatsvinden.

Bij de ambtenaren zijn de kernwoorden: op maat, efficiënt en schoon. Distributie gebeurt helemaal buiten beeld of juist in beeld als speciale attractie (“beleving”, denk aan de elektrische bierboot en de Cargohopper). Verschillende transporteurs konden zich overigens weinig voorstellen bij de belevingswaarde van hun distributie.

Mogelijke pilots: distributiepunten in de binnenstad

Tijdens het “binnengedeelte” van de bijeenkomst konden de vier onderscheiden groepen (ambtenaren, binnenstadsgebruikers, transportsector en eigen vervoerders) zelf hun ambitie en oplossingen formuleren. Een overzicht:

Microhubs en afhaalpunten

Voorstellen_vervoerders_microhubsHet idee van de transporteurs om met microhubs (aan de rand van de binnenstad) en afhaalpunten (in de binnenstad) te werken, kreeg duidelijk de meeste bijval. Het is een systeem dat begint bij een zogenaamd LOP – logistiek ontkoppelpunt – aan de rand van de stad. Hier leveren vervoerders hun waar in; vandaar uit kan de bevoorrading van het centrum met kleinere, schonere voertuigen plaatsvinden. Dit voorstel past trouwens prima in het huidige Actieplan Goederenvervoer van de gemeente (lees meer daarover).

In het centrum zelf zouden microhubs en kleine afhaalpunten helpen met de verdere bevoorrading. Bewoners en ondernemers zouden best bereid zijn om hun waar zelf af te halen – mits het afhaalpunt dichtbij genoeg is.

Intelligente verkeerssystemen, minder regels, slimmer inkopen

Andere voorstellen uit de hoek van de transporsector: Zet intelligente verkeerssystemen in voor goederendistributie, bijvoorbeeld met de mogelijkheid om losplaatsen te reserveren. Ook willen de transporteurs graag minder regels en beperkingen en in plaats daarvan positieve prikkels. Horeca bevoorraden is een ander lastig punt. Er zijn vaak nabestellingen waardoor er overdag toch nog veel bestelverkeer is. Slimmer inkopen door beter overleg tussen horeca en de vervoerder (“Ik weet vaak beter dan de horeca-ondernemers zelf wat zij nodig gaan hebben”) is een oplossing.

Pakketpanden en afspraken tussen winkeliers en transporteurs

Viestraat in de ochtendspits
Viestraat in de ochtendspits

Er kan nu vaak niet ’s ochtends geleverd worden, omdat winkels dan nog gesloten zijn. Er valt winst te boeken door hier betere afspraken over te maken en eventueel te leveren in “pakket-panden” of bij buren.

Vergelijkbaar hiermee is een mogelijke pilot in de Twijnstraat. Er is daar weinig ruimte voor laden en lossen. Een gezamenlijk afleverpunt voor goederen zou het laden en lossen kunnen concentreren op één locatie.

Ochtendoptimalisatie

Bevoorraden vóór 11.30 uur; daarna is de stad voor de bewoners en shoppers. Met goede afspraken is dat mogelijk. Gedurende de spits mogen drukke winkelstraten zoals de Viestraat niet bevoorraad worden (i.v.m. de fietsdrukte). Er zijn genoeg transporteurs die graag daarvóór leveren, zodat ze fietsers en voetgangers niet in de weg zitten. Maar dan moeten ze hun vracht wel kwijt kunnen. Ter compensatie kunnen eventueel de venstertijden na de ochtendspits wat worden verlengd.

Scheiden van “dunne” en “dikke” stromen

Met name het kleinere vrachtverkeer (bestelwagens, vrachtwagens met deelvrachten) kan beter gebundeld worden in een duurzame stadsdistributie. Geef positieve prikkels om hier aan te werken. Handhaaf wel streng op milieuzone en venstertijden. Voor de duidelijkheid: Hier richt de zero-emissie stadsdistributie zich dus niet op het grote vrachtverkeer. Daarvoor moeten andere oplossingen worden bedacht.

Slim afvalinzamelen

En tenslotte een efficiëntere afvalinzameling: Door afval uitsluitend ondergronds in te zamelen per deelgebied kan afval sneller opgehaald worden. Op straatniveau scheelt dit veel ruimte (geen containers).

Gemeente geeft een vervolg met drie projecten

Mariaplaats_autoverkeer
Autoverkeer op zoek naar een parkeerplaats op straat en in de parkeergarage

De gemeente is blij met de bijeenkomst en het enthousiasme waarmee mogelijke pilots zijn bedacht. Veel mensen gaven aan door te willen werken aan dit gezamenlijke project. De gemeente gaat zich op drie projecten richten, die alle elementen van genoemde pilots verenigt (deze samenvatting is van de gemeente zelf):

1) Gebundelde schone stadsdistributie voor non-food: Scheiden van dikke en dunne stromen. Dunne stromen bundelen via hubs aan de rand van de stad naar afleverpunten (pakketpanden) in de binnenstad. Stadsdistributie met zero-emission/schone voertuigen. Inzet van intelligente verkeerssystemen is hierbij wenselijk. Afspraken over optimalisatie van aflevertijden met winkeliers en horeca-eigenaren. Hier kunnen eigenvervoerders en transporteurs aan meewerken. Ook de inzet van winkeliers en horeca-eigenaren is hierbij noodzakelijk. Gemeente kan faciliteren in de organisatie van het project, stimuleren van deelnemende partijen en kan sturen in beperkende en stimulerende maatregelen.

2) Horecabelevering voor een aantrekkelijke binnenstad: Zoeken naar goede laad- en losplekken voor horecabevoorrading. Plaatsen buiten zicht waar langer tijd stil gestaan kan worden. Combineren met slimme verkeerssystemen en stekkerpalen. Medewerking van horecaondernemers om een efficiënte aflevering te kunnen realiseren.

3) Afval consolideren: Minder afvalwagens door het centrum door ondergrondse afvalinzameling; of andere /aanvullende middelen of bundeling.

De onlangs gepresenteerde elektrische Hytruck van De Rooy bij het Stadhuis
De onlangs gepresenteerde elektrische Hytruck van De Rooy achter het Stadhuis

 

Puinzooi in Gagelbos na festival – vragen over natuurschade

Zaterdag 5 juli was het Gagelbos de plek van het Zomerkriebels festival. Het dancefeest vond plaats op een nogal opvallende plek in een natuur- en recreatiebos. Het Gagelbos – beheerd door Staatsbosbeheer – heeft rond het speelbos een “extensieve” recreatieve functie. Echter, het festival stond grotendeels aan de andere kant van het watertje. Dat gedeelte van het Gagelbos heeft een pure natuurfunctie en is daarom slechts beperkt toegankelijk.

De Natuur- en Milieugroep Overvecht (NMO), Wijkraad Overvecht en het Bewonersplatform Overvecht dienden allemaal een bezwaarschrift in. Het argument was onder andere dat het festival niet overeenstemt met de natuurgerichte, extensieve recreatie waar het Gagelbos voor bedoeld is. Waarom nou daar een groot dancefeest? Geluidsoverlast was er ook, bijvoorbeeld in Maarsseveen / Molenpolder.

Bleeker, Staatsbosbeheer en geldnood

ZomerkriebelsGroenLinks Provincie Utrecht had het in juni ook al in de gaten. “De erfenis van Bleeker: wat Staatsbosbeheer allemaal uit geldnood moet doen“, schreef Statenlid en Overvechter Jasper Fastl. Een festival in het Noorderpark – het grote recreatiegebied ten noordoosten van Utrecht – is prima. Daar is het voor bedoeld. Maar waarom nu juist in het Gagelbos, een stuk Ecologische Hoofdstructuur? Een paar kilometer verderop is ruimte zat voor een nog veel groter festival. De oproep van GroenLinks om af te zien van het festival vond helaas geen weerklank.

Zorgen over de vlinderpopulatie

Ook in de Utrechtse gemeenteraad ging het festival niet onopgemerkt voorbij. Natuurlijk had de politiek meer aandacht voor het verbod op grote televisieschermen voor het WK voetbal. Maar de Partij voor de Dieren – nieuw in de raad – stelde wel vragen. Gemeenteraadslid Eva van Esch:

“Er is veel schade door het festival aangericht aan de natuur in het Gagelbos. Zo is het gras van tevoren ‘geklepeld’, wat eigenlijk betekent dat het gras platgeslagen wordt en dat er geen kans voor insecten is om te overleven. Dit deel van het park is hierdoor haar vlinderpopulatie kwijt… Het gaat onder andere om de vlindersoorten icarusblauwtje, kleine vuurvlinder en zwartsprietdikkopje”.

Fiets- en wandelpaden zijn een puinzooi

En hoe ziet het terrein er uit na het festival? Ik ging donderdag – vijf dagen na het festival – een kijkje nemen. Een grote truck was bezig om zware rijplaten op te rapen. Op het drassige terrein – het heeft twee dagen geregend – laat de truck zware sporen achter. Het wandelpad naast het geasfalteerde fietspad in het midden zal moeten worden hersteld. En de vraag is: wie gaat dat doen? En wie is daarvoor verantwoordelijk? Want het kan niet zo zijn dat dit mooie natuur- en recreatiebos er over een paar maanden nog zo bij ligt… na een eendaags festival.

Focus op recreatie én natuurontwikkeling

De belangrijkste vraag: Is dit een eenmalig slippertje of komen er nog meer festivals? Het is begrijpelijk dat Staatsbosbeheer krap bij kas zit. Maar meer van dit soort festivals kan het terrein niet aan. Groenlinks (Provincie Utrecht, bron):

“Het is zaak dat alle partijen (gemeentes, recreatieschappen, natuurorganisaties en provincie) snel een plan maken hoe hier in de toekomst mee om te gaan.  Met niet alleen de focus op recreatie, maar evengoed op natuurontwikkeling.”

Herfstkriebels vindt plaats op 11 oktober in de Utrechtse Gietijzerstraat, middenin het industriële Cartesiusgebied. Lijkt me een prima plek…

Update mei 2015: Inmiddels lijkt Zomerkriebels 2015 weer gewoon door te gaan, op precies dezelfde plek. De Partij voor de Dieren heeft het nog geprobeerd. Haar motie die opriep tot een beperkt evenement werd helaas alleen gesteund door de PvdA, SP, ChristenUnie en Stadsbelang Utrecht. Wethouder Geldof gaat de organisatoren wel “motiveren” om af te zien van de afsluitende vuurwerkshow.