Ontmoetingen in Overvecht: De schildpad en de ijsbeer op het kunstgrasplein

“Het is een ijsbeer.”
“Nee, een poes. Of een cheetah.”
“Is het dan een vrouwtje of een mannetje? Cheetah’s zijn vrouwtjes, mannetjes noem je luipaard.”

Over het beeld van de groene schildpad zijn de kinderen het wel eens. Het is een groene schildpad. Maar die andere… De twee beeldjes staan op een soort kaal Teletubbyplekje. De ruimte is vrij leeg, op een enkele fiets na.

Ik ben een rustig, autovrij stukje Overvecht in gefietst. Een hoekje waar je niet komt, als je er niet woont. Een stiekeme plek. Je kent het niet. Het had zomaar Leidsche Rijn kunnen zijn. De huizen staan hier naar binnen gekeerd, de auto’s geparkeerd aan de buitenkant. Bewoners kijken uit over een groene kunstgrasrechthoek, die lager ligt dan de stoep eromheen. Een jong boompje aan de ene kant, en als een soort Japans minimalisme twee kleine beelden er tegenover. Ik twijfel of dit bedoeld is als kunst. Het kunnen ook tuinaccessoires uit een tuincentrum zijn. De huizen, de bestrating… afgezien van het kunstgras heeft alles hier de kleur van steen. De geveltuintjes zijn zo’n 10 cm diep, maar veel groeit er nog niet.

“Kunstgras, vinden jullie dat handig, of heb je liever echt gras?”, vraag ik.
“Ja, het is wel handig. Maar er zitten van die korreltjes in, die ongezond zijn, heb ik gehoord.” De kids krijgen het nieuws mee. Hartstikke goed.

“Vinden jullie het niet fijn hier, zo zonder auto’s?”
Ja, dat vinden de kinderen wel fijn, zeggen ze. Maar het enthousiasme spat er niet van af. Het is wat ze gewend zijn. Weten zij veel dat niet alle kinderen zo in hun eigen straat kunnen spelen.

“Het zal wel rustig zijn hier”, merk ik op.
“Soms zijn hier wel feesten,” zegt een van de kinderen. Ook zónder auto’s kunnen ouders nog knap wat lawaai maken.
“Buurtfeestje? Dat is toch leuk?” Jawel, klinkt het.

Ik probeer een foto te nemen van de beeldjes, terwijl ik de kinderen niet al te herkenbaar in beeld krijg. Anders komen er zo ouders naar buiten. Het liefste zou ik hier gewoon een vlog van maken, maar daar moet je natuurlijk eerst toestemming voor vragen. En dat haalt de spontaniteit er wel uit.

“Ja, ik kom!”
Na een paar foto’s roept er iemand vanaf het einde van de straat. Ik stap gauw weer op de fiets. Tien seconden later, valt de brede asfaltweg met geparkeerde auto’s erlangs me wat rauw op m’n dak.

Het was trouwens een poes. In mijn ogen dan.


De Maria van Hongarijedreef ligt in een nieuw buurtje in Overvecht Zuid, op steenworp afstand van het station. Op Google Streetview is de helft van de straat al te zien, nog zonder de groene rechthoek. Het Google Earth beeld laat nog de oude situatie zien: langgerekte flats langs brede asfaltstraten, met veel ruimte voor autoparkeren (je ziet de Maria van Hongarijedreef dwars door flats lopen).

De oude vrouw met de wandelschoenen, om haar niet te vergeten

Het kronkelende wandelpad is uitgestorven. Ik loop in een park langs de rivier de Vecht, en het is stil. Hier en daar, tussen de bomen, staan prachtige sculpturen, die de stilte alleen maar versterken. Eigenlijk wandel ik hier nooit. Ik zit met een gebroken vinger en moet mijn fiets voorlopig in de schuur laten staan. De bus vind ik niks. Ik wandel liever, ook al is het drie kwartier lopen naar het centrum.

Geen haast.

Ik passeer de oude buitenplaats Roosendaal, waarvan alleen nog een hek, een theekoepeltje en een rozentuin bestaan. De rest is verdwenen onder een bejaardentehuis.

“Wat is het hier stil hè?”, zegt een oude vrouw, die me uit mijn gedachten haalt. “We lopen hier alleen, terwijl het hier zo mooi is.” De vrouw heeft zilver glanzend haar, een bruine jas en stevige wandelschoenen. In haar handen twee wandelstokken, van het Nordic Walking type.

“Ja,” zeg ik. “En dan te bedenken dat we hier eigenlijk op een landgoed staan.”

De vrouw kent de buurt al haar hele leven. “Ik weet nog dat ik als kind groente haalde uit deze oude tuin van Roosendaal”, vertelt ze. “Ik loop hier nog elke dag, steeds een uurtje of twee.” Ze kijkt me recht in de ogen. “Ik durf het mensen bijna niet te zeggen, maar ik ben al 94 jaar.”

Die zag ik niet aankomen. Ik kijk eens goed naar de rimpels in haar gezicht, die haar leeftijd niet verraden. Ze lacht. “Ja, af en toe moet er wel een onderdeel vervangen worden. Mijn dokter was zo trots op mijn conditie, dat hij mijn knie gratis heeft vernieuwd. Na een week liep ik weer!”

Ik vertel haar over een vrouw die ik in de Molenpolder tegenkwam. Zij was 87 jaar en schuifelde met een looprekje over een smalle polderweg, in de schemer van een zomeravond. Ze liep ’s avonds, zodat ze geen last had van auto’s. “Ik moet elke dag een wandelingetje maken, anders ga ik dood volgens mijn dokter”, zei ze lachend. Ze woont in een prachtig oud houten huisje, aan de rand van een natuurgebied. Ik fiets er vaak langs. Met haar schuifeltempo duurde het wel even, voordat ze thuis was. Maar ze kwam er wel.

Ook de 94 jarige vrouw woont nog helemaal zelfstandig. Trots is ze. Vol leven, vol energie, en blij dat ze niet in een bejaardentehuis woont. Ik denk aan mijn eigen ouders, aan mijn ooms en tantes, aan de ouders van mijn vrienden. Sommigen van hen komen nog met alle plezier helpen met een verbouwing. Sommigen hebben last van ziektes, pijn, en hebben niet meer het leven dat ze zouden willen. Sommigen zijn er al lang niet meer. Wat een geschenk is het dan om oud te worden als deze twee vrouwen, vol energie, vol leven. Ook al zijn al hún vrienden lang geleden gestorven.

We zeggen elkaar tot ziens, hoewel ik haar waarschijnlijk nooit meer zal tegenkomen. Terwijl ze verder loopt, kan ik nog snel, voordat ze in opvallend rap tempo uit beeld verdwijnt, een foto nemen. Om haar niet te vergeten.

Over een ontmoeting in het Vechtzoompark in Overvecht, op 14 december 2014. Geschreven op diezelfde dag.

Plastuit, moord en LSD #treinleven

Van die groene treinbanken, in dubbeldekker uitvoering. Geen wifi. Het treinstel vrijwel leeg. Helemaal achteraan zitten twee jongens en twee meisjes. Ik zit naar niets te staren. De rapmuziek gaat aan. “Nicky jat alles van Lil’ Kim joh. Die bedenkt helemaal niets zelf. Ze heeft alles aan Lil’ Kim te danken. Zo gaat dat.” Interessant, toch wel, lesje muziekgeschiedenis. “Ik hoop niet dat ik moet plassen; heb geen plastuit bij me. Maar ik kan het ook met een beker hoor. Klein gaatje maken onderin, poes ertegenaan, kan je goed mee richten.” “Wel oppassen dat hij niet overloopt”, merkt het andere meisje op, uit ervaring. Welke vrouw die ík ken, zou dit zo zeggen? Ik kom van een andere planeet, zoveel is nu al duidelijk.

We naderen station Bilthoven. Een van de meisjes: “Oh, hier heb ik echt scary shit meegemaakt. M’n mattie is hier vermoord.” Nog geen seconde later: “Ik heb hier op een camping gestaan. Leuke boerendorpjes hier, Den Dolder, gezellig.” De combinatie van deze mededelingen en de totale leegte waarin ze vallen zijn ronduit verwarrend, als je erover nadenkt. Absurdistisch toneel in real life.

“Ah”, zucht een van de jongens, “we hebben nog twee uur en ik ben nu al zo gespannen, shit man, ik moet echt relaxen.” Een of ander examen of zo? Mijn gedachte wordt gelijk onderuit gehaald. “Neem een beetje LSD dan.” “Nee, ik doe geen LSD in de trein.” “Tja, als je dat niet gewend bent, moet je ’t niet doen”, concludeert een van de meisjes op serieuze toon.

Ik stap op en twijfel even of ik langs ze heen loop op weg naar buiten. Toch maar niet. Peinzend loop ik het station uit. Welke serieuze activiteit zou dan toch beter worden van een beetje LSD?

Wonderlijke fietsontmoetingen

Ik fiets vaak in de Utrechtse natuur. Op weg naar mijn werk of gewoon voor mijn plezier. En zo nu en dan verrast de natuur me met een ontmoeting. Een vreemde eend of gans die ver van huis is, een Buizerd die vlak langs mijn oren vliegt, een jagende Visdief, een meehollende das, of een schildpad.

De Geelwangschildpad in Park de Gagel
De Geelwangschildpad in Park de Gagel

Jaren geleden al zag in de Overvechtse Klopvaart, naast het fietspad, een stel schildpadden zitten. Koud hebben ze het, want ze horen hier eigenlijk niet thuis. Hoogstens op een warme vensterbank. Het exemplaar van deze week zit zonnend op een dode tak in een watertje bij Fort Ruigenhoek, gade geslagen door een stel verwonderde wandelaars. Het zal een Roodwangschildpad zijn, gezien de rode veeg op zijn wangen.

Middenin Overvecht, in Park de Gagel, zit er ook een, in gele uitvoering. Kinderen uit de buurt weten dat en rennen af en toe de speeltuin uit om naar de schildpad te kijken. Als hij zich laat zien tenminste. Ik heb wel medelijden met het beest. Er ligt nogal wat rommel in zijn kleine poel en voortplanten ter afleiding zit er niet in door het koude Nederlandse klimaat.

Rosse stekelstaart bij Oud Zuilen, een niet alledaagse eend
Rosse stekelstaart bij Oud Zuilen, een ongewone eend met blauwe snavel.

Bij Oud Zuilen was het een blauwe snavel die mijn aandacht trok. Op een eend had ik die nog nooit gezien. Het blijkt een Rosse stekelstaart. Niet zeldzaam. Maar heeft u hem ooit gezien?

Net zoiets overkwam me pal naast Winkelcentrum Overvecht, waar zowat op het fietspad een Indische gans zat te grazen. Zoals de naam al doet vermoeden, zie je deze Aziaat normaal niet in Europa. Zie je ze wel, dan zijn het voormalige dierentuin bewoners. De zebra-tekening op zijn hoofd is prachtig en onmiskenbaar. De meeste fietsers valt niet op hoe wonderlijk deze verschijning is.

Indische_gans_Zamenhofdreef_closeup

Een van mijn mooiste ontmoetingen was op een kille, maar zonnige herfstdag. Op een kleine asfaltweg bij Waverveen glijdt heel langzaam een ringslang naar de overkant. Een prachtig fel groen patroon weerkaatst de zon. Ik blijf een paar minuten bij hem zitten, totdat hij veilig aan de overkant is. Iets om het tafereel  mee vast te leggen heb ik niet. Een magisch moment.

Twee keer zag ik nog eens een ringslang. Eentje in het Utrechtse Gagelbos, in een flits dit keer – deze had het wel warm. De ander platgereden, ergens op de Utrechtse heuvelrug. Ik zal u de close-ups besparen.

Fotografie: Olivier Beens

Lichtgevende boombakken – Rio Brancodreef – Overvecht

Sinds donderdag 13 maart staan ze er. En ik ben er om hun eerste avond te fotograferen. Wethouder de Rijk heeft ze net die middag onthuld. Grote rode boombakken met LED verlichting aan de Rio Brancodreef.

Een buurtbewoner vertelt dat ze dit onder andere hebben bedacht om overlast in de buurt tegen te gaan. Achter de hoge struiken die er stonden, parkeerden ’s avonds allerlei vage types. Het gaf geen veilig gevoel; zeker niet toen een tijdje geleden een auto in brand werd gestoken.

De bakken zien er heel bijzonder uit ’s avonds. Ze fleuren de openbare ruimte op en passen goed bij de creatieve “groepsbewoners” van het nabijgelegen CW De Klopvaart. Stiekem toch even aanraken, die rooie dingen. Mag eigenlijk niet van mama, want er staan jonge plantjes omheen…

De foto’s die ik plaatste op Google+ hebben opvallend genoeg hun weg gevonden naar Greenmax, de makers van de boombakken, via de Gemeente Utrecht en LinkedIn. Leuk om je eigen foto’s zo terug te zien. Ze moeten wel een beetje reclame voor me maken, want voor niets gaat de zon op…

Check het nieuwsitem van Greenmax voor meer info…